Handhaving gedragsregel 2 lid 2


Het komt in de praktijk met enige regelmaat voor dat advocaten deelnemen aan websites die contact leggen tussen rechtzoekenden en advocaten. In het dekenberaad van 5 november 2015 is uitvoerig stilgestaan bij de vraag wanneer deze deelname aan dit type website zich verdraagt met gedragsregel 2 lid 2, die bepaalt dat het een advocaat niet geoorloofd is om een beloning of provisie toe te kennen of te ontvangen voor het aanbrengen van opdrachten. Achtergrond van deze bepaling is dat de advocaat dient te vermijden dat zijn vrijheid en onafhankelijkheid in de uitoefening van het beroep in gevaar zouden kunnen komen. Deze kernwaarde is ook Europees verankerd.

De dekens stellen voorop dat indien een advocaat via een dergelijke website een zaak aangebracht krijgt, het deze advocaat niet geoorloofd is om daarvoor een beloning of provisie toe te kennen. Concreet betekent dit bijvoorbeeld een verbod om te betalen per ontvangen lead. Wel is het vanzelfsprekend toegestaan om te adverteren op dergelijke websites, mits dat gebeurt met inachtneming van een redelijk advertentietarief.

In de praktijk komt het echter voor dat geen specifiek advertentietarief wordt overeengekomen, maar wel bijvoorbeeld sprake is van een zogeheten abonnementstarief (of een andersluidend tarief) dat niet zelden hoger is dan een redelijk advertentietarief. De dekens stellen zich op het standpunt dat een dergelijk (abonnements-) tarief in beginsel duidt op een verboden provisie voor het ontvangen van een opdracht, tenzij in voorkomend geval de advocaat aannemelijk kan maken dat er sprake is van een redelijk advertentietarief. Ook gevallen waarin het advertentietarief (mede) afhankelijk is van het aantal leads of waarin bij de beëindiging van een via een dergelijke site aangebracht dossier een afdracht plaatsvindt, worden door de dekens in beginsel beschouwd als strijdig met gedragsregel 2 lid 2.

De dekens hebben besloten om, met inachtneming van het bovenstaande, met ingang van 4 april 2016 op te treden tegen deze wijze van werven van opdrachten.

Indien u dergelijke afspraken heeft gemaakt verzoek ik u om mij, de deken in uw arrondissement, schriftelijk voor 4 april 2016 over de inhoud van deze afspraken te informeren. Het tijdig verstrekken van deze informatie heeft tot gevolg dat jegens u wordt afgezien van het nemen van tuchtrechtelijke maatregelen. Wel dient u in dat geval tevens te verklaren dat u per 4 april 2016 niet langer op deze wijze opdrachten meer zult verwerven en dat u de nodige maatregelen heeft getroffen om per die datum daadwerkelijk deze afspraken te beëindigen.


FAQ Gedragsregel 2 lid 2